Zelfrijdende bussen een Amerikaans of Chinees verhaal? Ga maar eens in Leuven kijken.

“De echte omslag begint wanneer mensen hun auto laten staan.” Mobiliteit na The Shift. Interview met Ann Schoubs, Directeur-Generaal van De Lijn.

After The Shift - De Lijn

Mobiliteit is goed voor 20 tot 25 procent van onze wereldwijde CO2-uitstoot. Als alpiniste ziet Ann Schoubs van dichtbij welke schade de klimaatverandering aanricht. Als Directeur-Generaal van openbaarvervoermaatschappij De Lijn maakt ze van duurzaamheid dan ook een absolute topprioriteit. “We willen zoveel mogelijk mensen verleiden om de switch te maken: uit hun auto en op de bus, de tram, de fiets, te voet of wie weet ooit zelfs een drone.”

“Ik heb de mobiliteitsmicrobe al lang te pakken. Sinds 2021 ben ik Directeur-Generaal van De Lijn, voordien heb ik lang bij de NMBS gewerkt. Openbaar vervoer en duurzaamheid zijn voor mij altijd nauw verbonden geweest. Openbaar vervoer is bijna per definitie duurzaam vervoer. In een auto zitten hoogstens vier of vijf mensen, en heel vaak zelfs alléén de chauffeur. Een bus vervoert tientallen mensen, een tram nog meer. Dat zijn allemaal passagiers die dus niet met hun auto in de file staan. De uitstoot per persoon ligt een pak lager bij het openbaar vervoer.”

“In mijn vrije tijd doe ik aan alpinisme. In de Alpen is de impact van de klimaatopwarming heel erg zichtbaar. Daar worden abstracte onderzoeken en cijfers pijnlijk concreet. De afgelopen dertig jaar heb ik de ene na de andere gletsjer zien verdwijnen. Boven 4.000 meter smelt de permafrost en worden de bergtoppen minder stabiel. Dat is een drama voor alpinisten, maar het is ook een wake-up call voor de planeet.”

“Een andere hobby is entomologie, de studie van insecten. Ook daar heb ik de impact van de klimaatverandering van dichtbij gemerkt. Je ziet opvallend minder zweefvliegen, die we nodig hebben om planten en bloemen te bestuiven. Biodiversiteit staat minder in de kijker, maar is een topic dat zeker ook de nodige aandacht vraagt.”

“Mij moet je dus absoluut niet overtuigen van het belang van duurzaamheid. Maar de impact van openbaar vervoer reikt nog verder. Of ze nu rijden of geparkeerd staan, auto’s nemen enorm veel plaats in. Minder auto’s betekent niet alleen minder CO2-uitstoot, maar ook meer open ruimte voor groen, voor publieke voorzieningen, voor zwakke weggebruikers. Dan heb ik het nog niet eens gehad over geluidsoverlast. Er zijn tal van argumenten om als samenleving te investeren in duurzaam vervoer.”

Vergroenen en verleiden

“Als je alle benzine- en dieselwagens één op één vervangt door elektrische wagens, zal onze CO2-uitstoot enorm dalen. Ook luchtvervuiling en lawaai dringen we dan terug. Maar die switch verandert natuurlijk niets aan de files of aan het gebrek aan openbare ruimte: een elektrische wagen neemt nog altijd evenveel plaats in. Bovendien hebben elektrische wagens ook heel wat grondstoffen nodig, die eindig zijn en die we moeilijk op een propere manier kunnen bovenhalen. Ja, we hebben elektrische auto’s nodig. Maar we hebben tegelijk ook mínder verplaatsingen met auto’s nodig.”

De Lijn after the shift

“Bij De Lijn werken we op die twee sporen. We zijn onze vloot volop aan het vergroenen, met meer en meer elektrische bussen. Die stoten niets meer uit. Daarnaast zijn die bussen ook comfortabeler, ze rijden stiller en ze zien er moderner uit. Dat helpt om mensen te verleiden om het openbaar vervoer te gebruiken.

“De grootste duurzaamheidswinst zit hem niet in een groenere vloot, wel in een groter aandeel van de verplaatsingen met het openbaar vervoer. Minder auto’s op de weg, meer mensen die voor de bus, de tram of de trein kiezen. Parallel met duurzaamheid moeten we dus ook werken aan doorstroming en comfort. Vlaanderen heeft de ambitie om een modal shift te maken naar 50% duurzaam vervoer. We halen die ambitie nooit zonder een goed uitgebouwd netwerk voor duurzame vervoersmodi.

Met de drone naar het werk?

In Parijs kunnen pendelaars sinds kort met de kabelbaan naar het werk. Een ideetje voor De Lijn? “Als alpinist ben ik niet zo’n fan van kabelbanen, die brengen de drukte naar de bergen”, lacht Schoubs. “Maar op de grond, waarom niet?”

“Ik heb geen glazen bol, ik kan moeilijk voorspellen hoe we ons in pakweg 2050 zullen verplaatsen. Ik weet wel dat gedeeld, openbaar vervoer ook in 2050 of 2100 nog altijd een hoofdrol zal spelen. Er zal altijd nood zijn aan toegankelijke en betaalbare mobiliteit, voor een grote groep mensen. Dat zullen misschien nog altijd bussen, trams en treinen zijn. Wie weet zijn het tegen dan ook drones of kleine elektrische vliegtuigjes? Al moeten we dan wel opletten dat we onze files dan niet gewoon van de weg naar de lucht verplaatsen.”

Technologie evolueert snel. Zelfrijdende bussen zijn geen verre toekomstmuziek die je alleen nog maar in de VS of in China hoort, benadrukt Schoubs. “In Leuven loopt al een pilootproject met twee bussen. Die leren volop rijden in een complexe omgeving. Een universiteitsaula die leegloopt, dat wil zeggen dat er honderden voetgangers en fietsers tegelijk de straat op komen. De algoritmes om daarmee om te gaan, verbeteren continu. De doorbraak van autonoom vervoer komt er, daar ben ik van overtuigd. Misschien al binnen vijf jaar, misschien binnen tien jaar.”

“Wil dat zeggen dat onze chauffeurs allemaal overbodig worden? Nee, tuurlijk niet. Ze zullen wel een andere rol krijgen. Dispatching wordt nog belangrijker. Er zullen stewards nodig zijn om passagiers te helpen en te gidsen. Dat is vandaag moeilijker voor onze chauffeurs, zeker op drukke lijnen. Het is een interessante paradox: hoe geavanceerder de technologie, hoe meer ruimte die creëert voor echt menselijk contact.”

Over het muurtje kijken en co-creëren

Schoubs koppelt zelfrijdende bussen aan de evolutie naar vraaggestuurd flexvervoer. “Die evolutie is onvermijdelijk. Iedereen weet dat de ruimtelijk ordening in Vlaanderen onze opdracht extra complex maakt. Nu goed, die ruimtelijke ordening is wat ze is. Het maakt wel dat we goed moeten nadenken hoe we ons openbaar vervoer organiseren. Een buschauffeur die 100 mensen vervoert of een buschauffeur die 3 mensen vervoert, dat scheelt enorm in kostenefficiëntie. Wij werken met publieke middelen, die moeten we zo slim mogelijk inzetten.”

“Wie afgelegen woont, kan geen bushalte voor de deur verwachten. Daar zijn andere oplossingen nodig. In 2024 hebben we op plekken met minder dichte bewoning de omslag gemaakt, van het klassieke vaste aanbod naar flexibel vervoer op vraag. Daar zijn heel wat reacties op gekomen. We merken dat mensen die mental shift nog moeten maken: geen dienstschema meer raadplegen, maar nadenken wanneer ze vervoer nodig hebben en dat reserveren. Met kleine bussen kunnen we mensen die afgelegen wonen naar de grote corridors brengen. Ik zie in die eerste laag in de toekomst een belangrijke rol voor autonoom vervoer.”

“Er is vooral meer samenwerking nodig dan vandaag. Een voorbeeld: de opmars van elektrische fietsen heeft voor een omwenteling gezorgd in de first mile en de last mile. Maar nog niet overal zijn veilige fietsenstallingen. Daar kunnen wij vaak zelf weinig aan doen, we rekenen daar ook op de wegbeheerders: steden en gemeenten of het Agentschap Wegen en Verkeer. Maar het is wel een essentiële schakel in de hele mobiliteitsketting. Al die schakels moeten we beter op elkaar afstemmen.”

“Dankzij een organisatie als The Shift kunnen we over het muurtje kijken, naar andere bedrijven en naar andere sectoren. Voor de autonome bussen werken we samen met een externe partner: zij hebben de technologie, wij de ervaring op het terrein en de schaal om innovatie uit te testen en breed uit te rollen. Co-creatie en partnerships zijn de toekomst van duurzaamheid.”

Wil je net als Ann werk maken van een duurzame economie?

The Shift breekt je muren open en verzamelt de unusual suspects rond je tafel: collega’s uit andere sectoren, toonaangevende bedrijven, experts en beleidsmakers. Samen tackelen we je meest complexe duurzaamheidsuitdagingen. Want samen zie en kun je meer.

Overlay

Waarom de toekomst van voeding misschien wel op pizza lijkt

“Het voedsel van de toekomst zal ontzettend lekker moeten zijn, anders is de kans van slagen miniem.” Voeding na The Shift. Interview met Alice Lemesle, Senior Sustainability Manager bij Danone Benelux.

Production site Danone

3D-geprinte voeding, algenyoghurt en eetbare verpakkingen… De voedingssector staat aan de vooravond van grote veranderingen, vaak aangestuurd door de shift naar meer duurzaam. Alice Lemesle staat als Senior Sustainability Manager van Danone Benelux midden in de ontwikkelingen en heeft er zin in: “Het eten van de toekomst moet niet alleen gezond, seizoensgebonden en duurzaam zijn, maar vooral ook ontzettend lekker.”

 

Alice Lemesle Danone Benelux

“De kunst zal erin zitten om de sweet spot te vinden tussen gezondheidswinst, klimaatwinst en sociale aanvaarding”, zegt Lemesle. “Als je dat te pakken hebt, heeft een nieuw product kans van slagen. Je kunt geen klimaat- of biodiversiteitsdoelen halen als mensen het gevoel hebben dat zij de rekening betalen. Zelfde verhaal met smaak… Een nieuw product moet en zal heerlijk zijn. Lekkerder dan het product dat het vervangt. Eten is en blijft iets emotioneels.”

Op de vraag of Danone die sweet spot al gevonden heeft moet Lemesle even nadenken. “Natuurlijk is er Alpro dat binnen ons portfolio een sleutelrol speelt. Het mooie aan Alpro is dat je geen veganist hoeft te zijn om van het merk te houden. Het is er voor iedereen die bewuster wil eten. Maar we proberen die plant-based logica ook door te trekken naar minder zichtbare segmenten, zoals medische voeding en sondevoeding. Daar zie je dat sommige plantaardige of hybride producten niet alleen minder uitstoten, maar ook beter verdragen worden door patiënten. In medische voeding kun je geen enkel compromis sluiten op gezondheid, dus als een duurzamere optie óók medisch beter werkt, is dat echt bijzonder, zeker als ook de patiëntenervaring dezelfde blijft. Dan heb je een win, win, win-situatie. Dat is die sweet spot, waarover ik het had.”

Duurzaamheid speelt zich niet enkel af in R&D-labs

Danone probeert voeding expliciet als gezondheidshefboom te gebruiken. Recent opende in Parijs het One Biome Lab, dat zich richt op de rol van microbiota en darmgezondheid. “In dat lab onderzoeken we hoe we producten kunnen maken die echt iets toevoegen voor de gezondheid, zegt Alice. “Onderzoek en innovatie zijn cruciaal voor de toekomst van voeding. En dat is natuurlijk ook waaraan iedereen denkt. Maar duurzaamheid speelt zich niet enkel af in R&D-labs of kantoren, maar vooral op het land.”

Susatinable 3D food

In België werkt Danone samen met melkveehouders rond regeneratieve landbouw. Er wordt ingezet op betere bodemgezondheid, meer biodiversiteit, beter dierenwelzijn en lagere uitstoot. “Bijvoorbeeld met behulp van een specifiek voederadditief kan de methaanuitstoot van koeien tot veertig procent dalen! Dat is écht een gigantische impact. Ook met precisielandbouw, ondersteund door technologie zoals satellietbeelden en sensoren, hebben we een belangrijke hefboom in handen om het land op lange termijn productief én gezond te houden. Ik zie daar veel potentieel.”

Nieuwe verhalen

“Maar dan zijn we er nog niet”, zegt Alice. “Het gaat ook om het creëren van nieuwe verhalen in de samenleving. Je kunt nog zo hard aan je eigen portfolio werken, als de sociale norm niet mee verandert, bots je op een plafond,” legt ze uit. “Daarom neemt Danone deel aan initiatieven zoals de Green Deal Eiwitshift en zijn we heel actief binnen een netwerk als The Shift. Daar delen bedrijven, organisaties en andere actoren ervaringen, mislukkingen en successen. “We helpen soms kleinere bedrijven met onze kennis, maar even vaak leren wij van hen. Het is een tweerichtingsverkeer. Niemand heeft alle antwoorden.”

Een thema waar al die spanningen tussen veiligheid, milieu en kostprijs samenkomen, is verpakking. “Dat is misschien wel het meest complexe dossier,” geeft ze toe. “Verpakkingen moeten voedsel veilig houden, betaalbaar zijn, logistiek werkbaar blijven, en ondertussen ook nog liefst herbruikbaar zijn. Er wordt gewerkt aan eetbare verpakkingen en dat is super interessant. Maar de eerste stap is voor mij de evidente stap: alles wat op de markt komt moet recycleerbaar zijn, onnodige materialen moeten eruit en waar mogelijk wordt gerecycled materiaal ingezet. En dan volgt de vraag hoe je single use verpakkingen zoveel mogelijk kunt vervangen door herbruikbare systemen of verpakkingen die écht geen afval creëren.”

Ze vertelt over een proefproject met herbruikbare yoghurtpotten in een gesloten kringloop. De potten werden teruggebracht, gewassen en opnieuw gevuld. “Conceptueel klopte het, maar praktisch was de wascapaciteit in de buurt onvoldoende. De potten moesten een paar honderd kilometer verder worden afgewassen, en dat was vanuit milieuoogpunt natuurlijk niet zo interessant. Het leerde ons dat een bedrijf dit niet in zijn eentje kan uitrollen, hoe groot je ook bent. Je hebt lokale infrastructuur nodig, bereidheid van retailers om mee te werken én consumenten die mee willen doen.”

“En het gaat ook niet alleen maar om revolutionaire nieuwe ideeën”, vervolgt Alice. “We hebben niet zo lang geleden de sleeve van de verpakking van Actimel gehaald. Dat gaat om een paar tienden van een gram per verpakking. Maar op de schaal waarop Danone opereert, scheelt dat tonnen plastic per jaar. De impact die je hier kan maken, maakt het zo leuk om hier te werken.”

Lemesle werkt inmiddels zes jaar voor de voedingsreus. “Tijdens mijn master in sustainable development heb ik stage gelopen bij Danone, en eigenlijk ben ik nooit meer weggegaan,” vertelt ze. “Het was alsof alles vanzelf in die richting wees. Eerst bij Danone in Frankrijk, maar door een opdracht voor Alpro ben ik in België terecht gekomen. Mijn familie komt uit de buurt van Lille, dus België was geen terra incognita voor me.”

Algen hebben de toekomst

Maar even terug naar dat voedsel van de toekomst: waar ligt volgens Alice Lemesle het meeste potentieel? “Zoals je wel merkt aan al mijn gebabbel, is zo’n vraag niet zo eenduidig te beantwoorden. Er zijn altijd heel veel factoren die je moet meenemen. Maar als ik echt iets moet noemen, dan denk ik aan algen als eiwitbron. Dat vind ik persoonlijk een heel interessante piste. Algen zijn echt enorm beloftevol. Ook weer omdat ze potentieel die sweet spot kunnen vinden. Ze zijn in aanleg goedkoop te produceren. Goed, de technologie is nu nog wat duur omdat we aan het begin staan, maar dat zal wel veranderen.  Daarnaast zijn algen rijk aan voedingsstoffen, laag in CO₂-uitstoot, en zeker zo belangrijk; een voedingsproduct gemaakt van algen is sociaal gezien vrij makkelijk aanvaard. Weet je, de veelzijdigheid van algen is ongelooflijk. Je kunt er texturen en smaken mee creëren die heel dicht bij klassieke producten liggen. We staan daar nog maar aan het begin.”

Overigens waarschuwt Alice om haar wat betreft het voorspellen van de toekomst in voeding niet té serieus te nemen. “Ik ben geen expert op dat gebied. Ik ben geen futuroloog of productontwikkelaar. Ik ben sustainability manager. Maar als je aan mij vraagt wat het eten van de toekomst is, dan denk ik simpelweg aan pizza.”

“Voedsel moet plezier blijven. Mijn ideale toekomst is er een waarin eten gezond is, seizoensgebonden, zo lokaal als zinvol en met minimale, slimme verpakking. En vooral superlekker! Vandaar die pizza. Ik denk dan aan een bodem van volkorenmeel, eventueel verrijkt met algen of andere eiwitrijke ingrediënten, een rijke tomatensaus van smaakvolle, seizoensgebonden tomaten, groenten als pompoen of paddenstoelen in de herfst, regionale, lage-impact kaas gemaakt met melk uit regeneratieve landbouw en écht lekkere plantaardige ham die rijk is aan eiwitten en laag in CO₂. Dat mis ik als vegetariër het meest, echt lekkere ham. Maar goed, nog een paar olijfjes erop. En dan is ie af! Sorry dat het niet futuristischer is dan dat, hé. Maar eten moet en zal simpelweg ontzettend lekker zijn. Anders is de kans van slagen miniem.”

“Plezier is gewoon een sleutelfactor op weg naar duurzaamheid die we niet uit het oog mogen verliezen. Als het lekkerder is of leuker, én het is duurzamer dan kan het wat worden. Voor hoe bedrijfsleiders met duurzaamheid omgaan, geldt iets dergelijks. Als duurzaamheid enkel gaat over regeltjes en beperkingen dan komt die transitie nooit echt van de grond. Je hebt gewoon wat lef nodig, inspiratie, samenwerking, én een ander kompas. Als succes enkel in winst wordt uitgedrukt, blijven duurzame keuzes altijd “extra”.

“We moeten andere indicatoren van vooruitgang durven hanteren: welzijn in het bedrijf, sociale impact, ecologische veerkracht. En plezier in het onderzoeken naar wat kan! Nieuwsgierigheid naar wat er allemaal mogelijk is! Wanneer we die ingrediënten nu eens bij elkaar gooien en daar een pizza van bakken, dan gaat het helemaal goed komen!

Wil je net als Alice werk maken van een duurzame economie?

The Shift breekt je muren open en verzamelt de unusual suspects rond je tafel: collega’s uit andere sectoren, toonaangevende bedrijven, experts en beleidsmakers. Samen tackelen we je meest complexe duurzaamheidsuitdagingen. Want samen zie en kun je meer.

Overlay

Supply Chain Leaders Group

De Supply Chain Leader Group bracht toonaangevende bedrijven uit de Belgian Alliance for Climate Action samen om de impact van hun toeleveringsketen te laten gelden in de strijd tegen klimaatopwarming. Het programma bestond uit een reeks rondetafelsessies waarin werd uitgewisseld over belangrijke uitdagingen en best practices en waarin op wetenschap gebaseerde reductiestrategieën vorm kregen.

Wat onze leden zeggen

Quote Icon

Het programma heeft een deel van mijn job vergemakkelijkt. De stap om iemand te contacteren met een vraag is kleiner geworden, en die uitwisseling levert directe inzichten op voor onze eigen organisatie.

Lies De Meyer
Sustainability Manager Procurement
bpost

Quote Icon

We trokken onze laarzen aan en gingen het veld in. Letterlijk. We spraken met boeren over emissies, bodemgebruik en voeder, en zochten samen naar oplossingen.

Inge De Paepe
Sustainable Product Manager
Delhaize

Quote Icon

Het is motiverend om te merken dat we niet alleen staan in dit traject. Die gedeelde ervaring versterkt mijn motivatie om onze strategie verder uit te bouwen.

Pauline Herpels
Sustainability Advisor
Jan De Nul Group

Iets voor jou?

Wil je de klimaatinspanningen van jouw organisatie een stap hoger tillen en écht werk maken van een traject naar netto nul-uitstoot? Ben je op zoek naar een motiverende community waarmee je kan uitwisselen over uitdaginen en samen bijleren over onderbouwde methodologiën? Neem dan een kijkje naar de lerende netwerken binnen het Change programma The Climate Shift.

Decarbonised Supply Chains

De uitstoot in de toeleveringsketen is gemiddeld meer dan 11 keer hoger dan de directe uitstoot van een bedrijf. Scope 3 speelt met andere woorden een sleutelrol in elk decarbonisatietraject. In dit lerend netwerk wissel je met collega professionals concrete strategieën uit om leveranciers te mobiliseren en om emissies op grote schaal te verlagen.

Journey to Net Zero

De klimaatuitdaging groeit en Europese regels veranderen snel. Organisaties moeten vooruitdenken en doelgericht handelen. In dit lerend netwerk bundel je krachten met andere pioniers. Je vertaalt ambities in effectieve acties en werkt, gesteund door een wetenschappelijk kader, aan een onderbouwde en toekomstbestendige net zero strategie.

Belgian Alliance for Climate Action

De Belgian Alliance for Climate Action (BACA), opgericht in 2020 door The Shift en WWF-België, brengt organisaties samen die de ambitie delen om de overgang naar een klimaatneutrale samenleving te versnellen. Het initiatief zet in op wetenschappelijk onderbouwde klimaatactie via Science-Based Targets en ondersteunt leden met peer learning, interactieve workshops en inspirerende evenementen. Zo ontstaat een krachtige hefboom voor brede, duurzame verandering.

Wat onze leden zeggen

Quote Icon

Naast datakennis is het belangrijk om in contact te staan met je leveranciers. Daarom hebben we hen uitgenodigd om een charter te ondertekenen en zo inzicht te krijgen in waar zij staan op hun weg naar net zero.

Nikki Van De Keere
Sustainability Manager
Telenet Group

Quote Icon

Het programma heeft een deel van mijn job vergemakkelijkt. De stap om iemand te contacteren met een vraag is kleiner geworden, en die uitwisseling levert directe inzichten op voor onze eigen organisatie.

Lies De Meyer
Sustainability Manager Procurement
bpost

Quote Icon

Ons engagement voor SBTi geeft ons een duidelijke ‘North Star’ – wetenschappelijk onderbouwd, geloofwaardig en ambitieus genoeg om echte innovatie te stimuleren.

Catherine Vandepopuliere
Sustainable Mobility
D' Ieteren

Iets voor jou?

Wil je de klimaatinspanningen van jouw organisatie een stap hoger tillen en écht werk maken van een traject naar netto nul-uitstoot? Ben je op zoek naar een motiverende community waarmee je kan uitwisselen over uitdaginen en samen bijleren over onderbouwde methodologiën? Dan zijn deze lerende netwergen iets voor jou:

Decarbonised Supply Chains

De uitstoot in de toeleveringsketen is gemiddeld meer dan 11 keer hoger dan de directe uitstoot van een bedrijf. Scope 3 speelt met andere woorden een sleutelrol in elk decarbonisatietraject. In dit lerend netwerk wissel je met collega professionals concrete strategieën uit om leveranciers te mobiliseren en om emissies op grote schaal te verlagen.

Journey to Net Zero

De klimaatuitdaging groeit en Europese regels veranderen snel. Organisaties moeten vooruitdenken en doelgericht handelen. In dit lerend netwerk bundel je krachten met andere pioniers. Je vertaalt ambities in effectieve acties en werkt, gesteund door een wetenschappelijk kader, aan een onderbouwde en toekomstbestendige net zero strategie.

CANOPEA

Canopea, een onafhankelijke en pluralistische federatie opgericht in 1974, verenigt 130 verenigingen die lokaal tot internationaal actief zijn. Hun werkterrein gaat van ruimtelijke ordening en landbouw tot mobiliteit, energie, milieu en gezondheid, voeding en toerisme. Bekend om haar vormingswerk volgt zij het beleid kritisch en biedt oplossingen om de ecologische en solidaire transitie te versnellen.

Canopea logo

Velux en ArcelorMittal: partners in circulariteit

Sabine Pauquay (Velux) en ArcelorMittal tonen hoe sterke samenwerking CO₂-uitstoot in de staalindustrie drastisch kan verlagen.

 

 

Als Director of Public Affairs bij VELUX zet Sabine Pauquay zich in voor klimaat- en circulariteitsdoelstellingen door publieke en private stakeholders met elkaar te verbinden. Met een sterk beleidsinzicht en een passie voor natuur helpt ze de bouwsector op weg naar koolstofneutraliteit.

“Ik geloof dat circulariteit een steeds belangrijkere rol zal spelen in de toekomst. Het gaat niet alleen om decarbonisatie – al is dat uiteraard een belangrijke drijfveer – maar ook om het aanpakken van andere urgente uitdagingen zoals biodiversiteitsverlies en het versterken van veerkrachtige toeleveringsketens.” 

Velux werkt samen met ArcelorMittal aan de decarbonisatie van staalproductie. Hoe draagt dit partnerschap bij aan jullie circulariteitsdoelstellingen?

Onze samenwerking met ArcelorMittal is er één op langetermijn. Die langetermijnvisie maakt het mogelijk om gezamenlijke doelstellingen vast te leggen en duidelijke mijlpalen te bepalen. Dat zorgt ook voor investeringszekerheid voor beide partners.

Maar onze samenwerking gaat verder dan enkel plannen maken. Zo communiceren we actief over onze gezamenlijke inspanningen om verandering in de sector te stimuleren. Op praktisch vlak co-engineeren we nieuwe producten en verkennen we manieren om emissies te verlagen – niet alleen tijdens de productie, maar ook bij het transport.

Circulariteit binnen een organisatie verankeren is geen eenvoudige opdracht. Welke uitdagingen ben je onderweg tegengekomen?

Een van de belangrijkste aspecten van circulariteit is het besef dat het een transformerend effect heeft op een bedrijf. Het is niet zomaar een reeks initiatieven – het vraagt ook om diepgaande verandering in de manier van werken.

 

Gelukkig biedt circulariteit ook veel kansen om nieuwe businessmodellen te ontwikkelen, zeker wanneer je de lange termijn in acht neemt. Vandaag ligt de focus bij veel bedrijven nog sterk op het verhogen van productievolumes, maar we moeten onze mindset bijsturen. Circulariteit vereist dat we de link tussen grondstoffengebruik en economische groei doorbreken – een mentale shift, maar wel essentieel voor een toekomstbestendige economie.

Ik geloof dat circulariteit een steeds belangrijkere rol zal spelen in de toekomst. Het gaat niet alleen om decarbonisatie – al is dat uiteraard een belangrijke drijfveer – maar ook om het aanpakken van andere urgente uitdagingen zoals biodiversiteitsverlies en het versterken van veerkrachtige toeleveringsketens.

Welke praktische tips heb je voor bedrijven die circulair willen werken volgens het ‘reduce, reuse, recycle’-principe?

Voor alles: meet je impact. Duurzaamheid begint bij inzicht in waar je vandaag staat, zodat je gericht kan werken aan de grootste hefbomen. Voor productiebedrijven is het cruciaal om opnieuw te kijken naar het productontwerp. Een proefproject kan waardevol zijn, maar vermijd om te focussen op initiatieven die uiteindelijk weinig verschil maken in je totale voetafdruk – kies bewust voor acties die echt impact genereren.

Daarnaast: vergeet je klanten niet. Soms zijn we zo bezig met het verbeteren van bestaande oplossingen dat we uit het oog verliezen of die oplossingen nog wel de juiste zijn. Echte innovatie begint bij het herdenken van hoe we klantennoden aanpakken.

 

Meer impactverhalen

Carmeuse zet in op biodiversiteit

Wat als biodiversiteit de sleutel is tot economische stabiliteit en innovatie? Carmeuse, producent van kalk en bouwmaterialen, toont hoe kleine stappen leiden tot ambitieuze plannen.

Bij The Climate Shift geloven we dat echte vooruitgang begint met concrete klimaatactie, en groeit door samen leren en doen. Zijn er klimaatuitdagingen die jij graag met andere organisaties wilt verkennen? Wil je samen met je leveranciers deel uitmaken van de drijvende kracht achter een net-zero economie?

Overlay

Hoe bpost leveranciers betrekt bij het klimaatverhaal

Een koolstofarme toeleveringsketen vraagt samenwerking. Lies De Meyer (bpost) deelt hoe data, dialoog en leren van anderen het verschil maken.

 

Lies De Meyer was Sustainability Manager Procurement bij bpost tot augustus 2025. Ze leidde er de inspanningen om de toeleveringsketen van het bedrijf te verduurzamen. Met focus op datatransparantie en leveranciersbetrokkenheid speelt ze een sleutelrol in het vertalen van klimaatambities naar concrete inkoopstrategieën.

Welke stappen zette bpost alvast in het traject naar een koolstofarme toeleveringsketen?

Vorig jaar zijn we gestart met een grootschalig programma, bouwend op een duidelijke strategie om koolstofuitstoot aan te pakken. We zijn begonnen met het in kaart brengen van onze data — en nu zijn we overgegaan naar het activeren en betrekken van leveranciers.

Wat is momenteel de grootste uitdaging in dat proces?

Vanaf het begin hebben we sterk ingezet op het verbeteren van de kwaliteit en transparantie van onze data. Dat was echt belangrijk. Maar de uitdaging is nu: hoe gebruiken we die data effectief? Hoe trekken we de juiste conclusies zodat we de volgende stap kunnen zetten en onze leveranciers écht betrekken?

En dan is er natuurlijk nog een andere uitdaging: intern draagvlak creëren. We moeten iedereen blijven herinneren aan het belang van samenwerken met leveranciers.

Wat motiveerde jou om aan dit lerend netwerk deel te nemen?

De timing was perfect. We waren net begonnen met een serieuze focus op Scope 3-uitstoot, maar we hadden nog weinig aanknopingspunten of ervaring met hoe je dat moet aanpakken. Deze community voelde als een mooie kans om te netwerken en te leren van andere organisaties – om te zien hoe zij het aanpakken, en om er zelf in te groeien.

Welke sessie of topic is je in het bijzonder bijgebleven?

Zeker de sessie over artificiële intelligentie. Daar had ik me nog nooit in verdiept – het stond totaal niet op mijn radar. Maar het opende mijn ogen voor hoeveel potentieel technologie biedt om het dataluik eenvoudiger en robuuster te maken.

 

“Zonder community blijf je vaak in je eigen bubbel. Door met anderen in gesprek te gaan, krijg je nieuwe perspectieven en ideeën.”

Heeft het Community of Practice-formaat je geholpen in je dagelijkse werk?

Absoluut. Het maakt het veel makkelijker om anderen aan te spreken. Als je met een vraag zit of tegen een probleem aanloopt, is het veel eenvoudiger om iemand die je via de groep hebt leren kennen even te bellen of een berichtje te sturen. Je kan snel checken hoe zij het aanpakken – en die lessen dan weer meenemen naar je eigen organisatie. Het is echt waardevol geweest.

Wat moeten andere organisaties weten wanneer ze de uitstoot in hun toeleveringsketen willen aanpakken? 

Het begint met twee dingen: meten – zorg voor een helder beeld van je CO₂-voetafdruk en leer samen met én van anderen. Elke organisatie die haar koolstofvoetafdruk in kaart heeft gebracht en merkt dat Scope 3 een grote impact heeft, zal de nood voelen om iets te doen. Dat inzicht op zich zorgt al voor urgentie.

Deelnemen aan een community of practice is dan een goeie eerste stap. Zonder community blijf je vaak in je eigen bubbel. Door met anderen in gesprek te gaan, krijg je nieuwe perspectieven en ideeën. Je ontdekt andere manieren om naar de uitdaging te kijken – en je voelt je aangemoedigd om in actie te schieten.

 

Meer impactverhalen

Biodiversiteit in elke schakel

Bij Vandemoortele werkt Sustainability Officer Laura Iacobelli aan een keten die natuur respecteert. Geen losse initiatieven, wel een doordachte strategie die business en biodiversiteit verbindt.

Mediahuis: media met een missie

Wat betekent purpose écht voor een mediagroep? Belgisch CEO Koen Verwee deelt hoe Mediahuis bouwt aan vertrouwen, onafhankelijke journalistiek en langetermijnimpact.

Bij The Climate Shift geloven we dat echte vooruitgang begint met concrete klimaatactie, en groeit door samen leren en doen. Zijn er klimaatuitdagingen die jij graag met andere organisaties wilt verkennen? Wil je samen met je leveranciers deel uitmaken van de drijvende kracht achter een net-zero economie?

 

Overlay

EPHEC

EPHEC is een geëngageerde leergemeenschap waar studenten, docenten en lokale én internationale partners samen innovatieve leerervaringen creëren die ieders potentieel tot leven brengen, levenslang.

ephec logo

Pluxee Belgium

Pluxee is een wereldwijde partner in medewerkersbeloningen en -betrokkenheid, met diensten zoals maaltijd-, eco- en cadeaucheques. In België helpen ze 2,8 miljoen consumenten, 87.000 bedrijven en 45.000 handelaars. Met 5.000 medewerkers in 31 landen creëert Pluxee meer kansen voor mensen om te genieten van wat écht telt.

pluxee logo

BergHOFF Belgium

BergHOFF is een Belgisch merk dat wereldwijd design en innovatie in de keuken brengt. Met een passie voor koken en oog voor detail creëren we betaalbare producten die zowel esthetisch als functioneel worden gewaardeerd. Dankzij ons internationaal netwerk maakt BergHOFF van elke kookervaring iets bijzonders.

berghoff logo