Een thema waar al die spanningen tussen veiligheid, milieu en kostprijs samenkomen, is verpakking. “Dat is misschien wel het meest complexe dossier,” geeft ze toe. “Verpakkingen moeten voedsel veilig houden, betaalbaar zijn, logistiek werkbaar blijven, en ondertussen ook nog liefst herbruikbaar zijn. Er wordt gewerkt aan eetbare verpakkingen en dat is super interessant. Maar de eerste stap is voor mij de evidente stap: alles wat op de markt komt moet recycleerbaar zijn, onnodige materialen moeten eruit en waar mogelijk wordt gerecycled materiaal ingezet. En dan volgt de vraag hoe je single use verpakkingen zoveel mogelijk kunt vervangen door herbruikbare systemen of verpakkingen die écht geen afval creëren.”
Ze vertelt over een proefproject met herbruikbare yoghurtpotten in een gesloten kringloop. De potten werden teruggebracht, gewassen en opnieuw gevuld. “Conceptueel klopte het, maar praktisch was de wascapaciteit in de buurt onvoldoende. De potten moesten een paar honderd kilometer verder worden afgewassen, en dat was vanuit milieuoogpunt natuurlijk niet zo interessant. Het leerde ons dat een bedrijf dit niet in zijn eentje kan uitrollen, hoe groot je ook bent. Je hebt lokale infrastructuur nodig, bereidheid van retailers om mee te werken én consumenten die mee willen doen.”
“En het gaat ook niet alleen maar om revolutionaire nieuwe ideeën”, vervolgt Alice. “We hebben niet zo lang geleden de sleeve van de verpakking van Actimel gehaald. Dat gaat om een paar tienden van een gram per verpakking. Maar op de schaal waarop Danone opereert, scheelt dat tonnen plastic per jaar. De impact die je hier kan maken, maakt het zo leuk om hier te werken.”
Lemesle werkt inmiddels zes jaar voor de voedingsreus. “Tijdens mijn master in sustainable development heb ik stage gelopen bij Danone, en eigenlijk ben ik nooit meer weggegaan,” vertelt ze. “Het was alsof alles vanzelf in die richting wees. Eerst bij Danone in Frankrijk, maar door een opdracht voor Alpro ben ik in België terecht gekomen. Mijn familie komt uit de buurt van Lille, dus België was geen terra incognita voor me.”
Algen hebben de toekomst
Maar even terug naar dat voedsel van de toekomst: waar ligt volgens Alice Lemesle het meeste potentieel? “Zoals je wel merkt aan al mijn gebabbel, is zo’n vraag niet zo eenduidig te beantwoorden. Er zijn altijd heel veel factoren die je moet meenemen. Maar als ik echt iets moet noemen, dan denk ik aan algen als eiwitbron. Dat vind ik persoonlijk een heel interessante piste. Algen zijn echt enorm beloftevol. Ook weer omdat ze potentieel die sweet spot kunnen vinden. Ze zijn in aanleg goedkoop te produceren. Goed, de technologie is nu nog wat duur omdat we aan het begin staan, maar dat zal wel veranderen. Daarnaast zijn algen rijk aan voedingsstoffen, laag in CO₂-uitstoot, en zeker zo belangrijk; een voedingsproduct gemaakt van algen is sociaal gezien vrij makkelijk aanvaard. Weet je, de veelzijdigheid van algen is ongelooflijk. Je kunt er texturen en smaken mee creëren die heel dicht bij klassieke producten liggen. We staan daar nog maar aan het begin.”
Overigens waarschuwt Alice om haar wat betreft het voorspellen van de toekomst in voeding niet té serieus te nemen. “Ik ben geen expert op dat gebied. Ik ben geen futuroloog of productontwikkelaar. Ik ben sustainability manager. Maar als je aan mij vraagt wat het eten van de toekomst is, dan denk ik simpelweg aan pizza.”
“Voedsel moet plezier blijven. Mijn ideale toekomst is er een waarin eten gezond is, seizoensgebonden, zo lokaal als zinvol en met minimale, slimme verpakking. En vooral superlekker! Vandaar die pizza. Ik denk dan aan een bodem van volkorenmeel, eventueel verrijkt met algen of andere eiwitrijke ingrediënten, een rijke tomatensaus van smaakvolle, seizoensgebonden tomaten, groenten als pompoen of paddenstoelen in de herfst, regionale, lage-impact kaas gemaakt met melk uit regeneratieve landbouw en écht lekkere plantaardige ham die rijk is aan eiwitten en laag in CO₂. Dat mis ik als vegetariër het meest, echt lekkere ham. Maar goed, nog een paar olijfjes erop. En dan is ie af! Sorry dat het niet futuristischer is dan dat, hé. Maar eten moet en zal simpelweg ontzettend lekker zijn. Anders is de kans van slagen miniem.”
“Plezier is gewoon een sleutelfactor op weg naar duurzaamheid die we niet uit het oog mogen verliezen. Als het lekkerder is of leuker, én het is duurzamer dan kan het wat worden. Voor hoe bedrijfsleiders met duurzaamheid omgaan, geldt iets dergelijks. Als duurzaamheid enkel gaat over regeltjes en beperkingen dan komt die transitie nooit echt van de grond. Je hebt gewoon wat lef nodig, inspiratie, samenwerking, én een ander kompas. Als succes enkel in winst wordt uitgedrukt, blijven duurzame keuzes altijd “extra”.
“We moeten andere indicatoren van vooruitgang durven hanteren: welzijn in het bedrijf, sociale impact, ecologische veerkracht. En plezier in het onderzoeken naar wat kan! Nieuwsgierigheid naar wat er allemaal mogelijk is! Wanneer we die ingrediënten nu eens bij elkaar gooien en daar een pizza van bakken, dan gaat het helemaal goed komen!