Biodiversiteit laat zich niet vangen in cijfers maar in keuzes

Biodiversiteit structureel integreren in een organisatie vraagt focus, meetbaarheid en samenwerking. In dit gesprek deelt Kristel Rouma hoe Coca-Cola Europacific Partners biodiversiteit benadert en waarom die aanpak ook relevant is voor organisaties ver buiten de voedingssector.

Waterlandschap

Kristel Rouma is Senior Manager Sustainability bij Coca-Cola Europacific Partners. Vanuit haar passie voor natuur en haar rol rond water, verpakkingen en sociale impact bouwt ze mee aan een strategie die de Belgische biodiversiteit structureel verankert in het bedrijf. In het lerend netwerk The Biodiversity Shift deelt ze haar inzichten en ambities met andere bedrijven.

Kristel Rouma

Hoe raakt Coca-Cola Europacific Partners aan natuur en biodiversiteit? En welke concrete acties nemen jullie vandaag?

Kristel: “Onze sterkste link met de natuur is natuurlijk water. Het is een essentieel ingrediënt in onze producten én belangrijk in de productie zelf. We investeren daarom in projecten die het water dat we gebruiken teruggeven aan de natuur, door herstel van wetlands en door op een verantwoorde manier om te gaan met water tijdens onze productieprocessen.

Daarnaast spelen verpakkingen een grote rol. We willen alles wat we op de markt brengen ook weer inzamelen en recycleren, zodat het niet in de natuur terechtkomt. Zo zamelden we vorig jaar via de blauwe zak met Fost Plus maar liefst 89% van de flesjes en blikken in België in. En via onze leveranciers werken we samen aan de transitie naar regeneratieve landbouw voor ingrediënten als sinaasappels en suikerbieten.”

Jullie staan bekend om jullie waterprojecten. Hoe vertaalt dat zich naar biodiversiteit?

Kristel: “We werken ondertussen al tien jaar samen met Natuurpunt en Natagora aan natuurherstelprojecten, onder meer via de restauratie van wetlands. Ons doel is 100% water replenishment: elke liter water die we gebruiken, willen we via herstelprojecten teruggeven aan de natuur, zoals in de Vallei van de Zwarte Beek. Onze sites in Gent en Antwerpen liggen in gebieden met een hoog risico op waterschaarste, daarom leggen we de lat hier nog hoger. Door water langer vast te houden en de grondwaterstand op peil te houden, functioneren deze gebieden ook als klimaatbuffer. Tegelijk krijgen soorten zoals moerasvogels, vissen en libellen opnieuw de kans om terug te keren naar hun natuurlijke leefgebied.

We zien ook dat andere bedrijven ons voorbeeld volgen, en dat juichen we toe. Hoe meer bedrijven meedoen, hoe groter de impact.”

Wat zijn de grootste uitdagingen om biodiversiteit in jullie strategie te integreren?

Kristel: “De meetbaarheid is één van de grootste struikelblokken. Bij water weten we exact hoeveel we verbruiken, maar biodiversiteit is veel complexer. Hoe druk je de waarde van natuurherstel uit in cijfers? Net die complexiteit is iets wat we samen met andere bedrijven in het lerend netwerk van The Biodiversity Shift onderzoeken.

Daarnaast kan geen enkel bedrijf dit alleen. Samenwerking met ngo’s en overheden is essentieel. Voor natuurherstelprojecten moeten eerst gronden worden aangekocht of vrijgemaakt. Dat is eerder de rol van de overheid, die samen met ngo’s het grondbeheer opneemt. Wij kunnen daarna bijdragen met expertise en projecten.

Het blijft een complex samenspel tussen overheid, landbouw en bedrijfswereld. Via The Shift kunnen we een brug slaan tussen die actoren en samen grotere stappen zetten.”

Hoe beïnvloedt het huidige politieke klimaat jouw werk?

Kristel: “Wetgeving rond milieu en waterkwaliteit is een belangrijke factor. We waarderen de inspanningen in Vlaanderen om watertekorten aan te pakken, maar de waterkwaliteit van het grondwater blijft een uitdaging. We begrijpen dat het politieke landschap complex is, met veel prioriteiten en beperkte middelen, maar we hopen dat er voldoende aandacht blijft voor klimaat én natuur. Het is cruciaal, niet alleen voor het milieu, maar ook voor bedrijven zelf, als we een duurzame toevoer van grondstoffen willen verzekeren.”

Hoe ver staan jullie met jullie natuurstrategie?

Kristel: “We werken op groepsniveau met 31 landen aan een strategie om biodiversiteit structureel te verankeren. We doen dat op basis van de TNFD methodologie (Taskforce on Nature-related Financial Disclosures). Elk land heeft haar eigen noden. Zo is de situatie in België heel anders dan die in pakweg de Filippijnen. We willen die lokale verschillen begrijpen voor we globale prioriteiten bepalen. Ons doel is om in 2026 een strategie rond natuur verder uit te werken.”

Wat heeft het lerend netwerk jullie bijgebracht?

Kristel: “Heel veel. Het traject biedt de kans om kennis te delen met bedrijven die met dezelfde vragen worstelen. Iedereen zoekt naar manieren om biodiversiteit tastbaar te maken, en dat gebeurt in een open, zeer constructieve sfeer.

Wat voor ons erg waardevol is, is dat het netwerk ook concrete samenwerkingen mogelijk maakt. Zo is er vanuit de uitwisselingen een samenwerking ontstaan tussen Coca-Cola Europacific Partners, Delhaize en Natuurpunt rond een gezamenlijk project waarbij we investeren in natuurbeleving.

Daarnaast leren we veel van elkaars aanpak: hoe bedrijven hun strategie vormgeven, hoe ze intern draagvlak creëren, en hoe ze met partners samenwerken. Voor ons helpt dat om te begrijpen hoe we onze bestaande waterprojecten kunnen vertalen naar bredere biodiversiteitsdoelen.”

Welke tips heb je voor bedrijven die willen starten met biodiversiteit?

Kristel: “Vertrek vanuit de concrete intentie om positieve impact te maken. Dat moet in de kern van je bedrijf zitten en door het management gedragen worden. Zoek vervolgens de logische link met je activiteiten. Voor ons is dat water. Hou het eenvoudig, stel concrete doelen en werk samen met experten waar mogelijk. Laat je niet afschrikken door de complexiteit of de angst  om verkeerd te doen: je hoeft het niet alleen te doen.

Ik geloof dat verandering ook vanuit de industrie kan komen. Bedrijven worden vaak gezien als oorzaak van bepaalde problemen, maar net daar kunnen laten zien dat het anders kan, door samen te werken en verantwoordelijkheid te nemen kunnen we tonen dat we deel van de oplossing zijn.”

Iets voor jou?

Met The Biodiversity Shift krijg je natuurherstel op je bedrijfsagenda, tot in de kern van je activiteiten. Stap voor stap. Ben je klaar om te schakelen naar een solide biodiversiteitsstrategie met inzichten, samenwerking en beleidsimpact voor een natuurinclusieve economie?

 

Overlay

Meer impactverhalen

Biodiversiteit in elke schakel

Bij Vandemoortele werkt Sustainability Officer Laura Iacobelli aan een keten die natuur respecteert. Geen losse initiatieven, wel een doordachte strategie die business en biodiversiteit verbindt.

Lyreco

Lyreco, een privébedrijf sinds 1926, is de Europese leider en de derde grootste distributeur van werkplekproducten en -oplossingen wereldwijd. Onze missie is helder: pionier zijn in het duurzaam ontzorgen van elke werkplek, zodat medewerkers zich kunnen focussen op wat écht belangrijk is. Samen creëren we een duurzame en efficiënte werkomgeving. Want bij Lyreco leveren we niet alleen producten, we zorgen voor een goede werkdag.

E-BIOM

E-BIOM heeft als ambitie de strategische kracht van biodiversiteit zichtbaar te maken door die centraal te plaatsen in territoria en businessmodellen. Door een adviesbureau te combineren met een laboratorium ontwikkelt E-BIOM wetenschappelijke expertise, tools en indicatoren die biodiversiteit omzetten in concrete hefbomen voor actie, afgestemd op de regelgevende en strategische noden van bedrijven en overheden.

Koffies De Draak

Sinds 1864 staat Koffies De Draak garant voor uitmuntende koffie. De zoektocht naar de lekkerste koffiesoorten, werken aan eerlijke producten in een omgeving van kwaliteit en ambacht: daar zijn we op gebrand. Bovendien is De Draak een onderneming met een sterk doorgedreven sociaalecologisch engagement. Respect voor mens en natuur staat bij ons centraal. We streven dan ook blijvend naar transparantie, eenvoud en kwaliteit. 

Astima BV

Climate Lab

Climate Lab ontwikkelt koolstofprojecten met hoge integriteit samen met kleine landbouwers en lokale gemeenschappen. Via bebossing en agroforestry herstellen ze landschappen op schaal van stroomgebieden. Elk project vertrekt van lokale noden, met inheemse soorten en wetenschappelijk onderbouwde methodes. Zestig procent van de opbrengst vloeit terug naar de gemeenschap en maakt elke ton koolstof tastbaar sociaal.

Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie (VRT)

VRT heeft als missie om alle Vlamingen te informeren, inspireren en verbinden en zo de Vlaamse samenleving te versterken. Als publieke omroep doet ze dit met een onafhankelijk, kwaliteitsvol en veelzijdig aanbod rond nieuws, cultuur, educatie, ontspanning en sport. Het aanbod weerspiegelt de Vlaamse identiteit en diversiteit en heeft bijzondere aandacht voor groepen die minder makkelijk bereikt worden. Tegelijk wil VRT via haar brede maatschappelijke rol ook bijdragen aan een toekomstgerichte en verantwoordelijke samenleving, onder meer door in te zetten op innovatie, maatschappelijke meerwaarde en een open benadering van belangrijke actuele thema’s.

Zelfrijdende bussen een Amerikaans of Chinees verhaal? Ga maar eens in Leuven kijken.

“De echte omslag begint wanneer mensen hun auto laten staan.” Mobiliteit na The Shift. Interview met Ann Schoubs, Directeur-Generaal van De Lijn.

After The Shift - De Lijn

Mobiliteit is goed voor 20 tot 25 procent van onze wereldwijde CO2-uitstoot. Als alpiniste ziet Ann Schoubs van dichtbij welke schade de klimaatverandering aanricht. Als Directeur-Generaal van openbaarvervoermaatschappij De Lijn maakt ze van duurzaamheid dan ook een absolute topprioriteit. “We willen zoveel mogelijk mensen verleiden om de switch te maken: uit hun auto en op de bus, de tram, de fiets, te voet of wie weet ooit zelfs een drone.”

“Ik heb de mobiliteitsmicrobe al lang te pakken. Sinds 2021 ben ik Directeur-Generaal van De Lijn, voordien heb ik lang bij de NMBS gewerkt. Openbaar vervoer en duurzaamheid zijn voor mij altijd nauw verbonden geweest. Openbaar vervoer is bijna per definitie duurzaam vervoer. In een auto zitten hoogstens vier of vijf mensen, en heel vaak zelfs alléén de chauffeur. Een bus vervoert tientallen mensen, een tram nog meer. Dat zijn allemaal passagiers die dus niet met hun auto in de file staan. De uitstoot per persoon ligt een pak lager bij het openbaar vervoer.”

“In mijn vrije tijd doe ik aan alpinisme. In de Alpen is de impact van de klimaatopwarming heel erg zichtbaar. Daar worden abstracte onderzoeken en cijfers pijnlijk concreet. De afgelopen dertig jaar heb ik de ene na de andere gletsjer zien verdwijnen. Boven 4.000 meter smelt de permafrost en worden de bergtoppen minder stabiel. Dat is een drama voor alpinisten, maar het is ook een wake-up call voor de planeet.”

“Een andere hobby is entomologie, de studie van insecten. Ook daar heb ik de impact van de klimaatverandering van dichtbij gemerkt. Je ziet opvallend minder zweefvliegen, die we nodig hebben om planten en bloemen te bestuiven. Biodiversiteit staat minder in de kijker, maar is een topic dat zeker ook de nodige aandacht vraagt.”

“Mij moet je dus absoluut niet overtuigen van het belang van duurzaamheid. Maar de impact van openbaar vervoer reikt nog verder. Of ze nu rijden of geparkeerd staan, auto’s nemen enorm veel plaats in. Minder auto’s betekent niet alleen minder CO2-uitstoot, maar ook meer open ruimte voor groen, voor publieke voorzieningen, voor zwakke weggebruikers. Dan heb ik het nog niet eens gehad over geluidsoverlast. Er zijn tal van argumenten om als samenleving te investeren in duurzaam vervoer.”

Vergroenen en verleiden

“Als je alle benzine- en dieselwagens één op één vervangt door elektrische wagens, zal onze CO2-uitstoot enorm dalen. Ook luchtvervuiling en lawaai dringen we dan terug. Maar die switch verandert natuurlijk niets aan de files of aan het gebrek aan openbare ruimte: een elektrische wagen neemt nog altijd evenveel plaats in. Bovendien hebben elektrische wagens ook heel wat grondstoffen nodig, die eindig zijn en die we moeilijk op een propere manier kunnen bovenhalen. Ja, we hebben elektrische auto’s nodig. Maar we hebben tegelijk ook mínder verplaatsingen met auto’s nodig.”

De Lijn after the shift

“Bij De Lijn werken we op die twee sporen. We zijn onze vloot volop aan het vergroenen, met meer en meer elektrische bussen. Die stoten niets meer uit. Daarnaast zijn die bussen ook comfortabeler, ze rijden stiller en ze zien er moderner uit. Dat helpt om mensen te verleiden om het openbaar vervoer te gebruiken.

“De grootste duurzaamheidswinst zit hem niet in een groenere vloot, wel in een groter aandeel van de verplaatsingen met het openbaar vervoer. Minder auto’s op de weg, meer mensen die voor de bus, de tram of de trein kiezen. Parallel met duurzaamheid moeten we dus ook werken aan doorstroming en comfort. Vlaanderen heeft de ambitie om een modal shift te maken naar 50% duurzaam vervoer. We halen die ambitie nooit zonder een goed uitgebouwd netwerk voor duurzame vervoersmodi.

Met de drone naar het werk?

In Parijs kunnen pendelaars sinds kort met de kabelbaan naar het werk. Een ideetje voor De Lijn? “Als alpinist ben ik niet zo’n fan van kabelbanen, die brengen de drukte naar de bergen”, lacht Schoubs. “Maar op de grond, waarom niet?”

“Ik heb geen glazen bol, ik kan moeilijk voorspellen hoe we ons in pakweg 2050 zullen verplaatsen. Ik weet wel dat gedeeld, openbaar vervoer ook in 2050 of 2100 nog altijd een hoofdrol zal spelen. Er zal altijd nood zijn aan toegankelijke en betaalbare mobiliteit, voor een grote groep mensen. Dat zullen misschien nog altijd bussen, trams en treinen zijn. Wie weet zijn het tegen dan ook drones of kleine elektrische vliegtuigjes? Al moeten we dan wel opletten dat we onze files dan niet gewoon van de weg naar de lucht verplaatsen.”

Technologie evolueert snel. Zelfrijdende bussen zijn geen verre toekomstmuziek die je alleen nog maar in de VS of in China hoort, benadrukt Schoubs. “In Leuven loopt al een pilootproject met twee bussen. Die leren volop rijden in een complexe omgeving. Een universiteitsaula die leegloopt, dat wil zeggen dat er honderden voetgangers en fietsers tegelijk de straat op komen. De algoritmes om daarmee om te gaan, verbeteren continu. De doorbraak van autonoom vervoer komt er, daar ben ik van overtuigd. Misschien al binnen vijf jaar, misschien binnen tien jaar.”

“Wil dat zeggen dat onze chauffeurs allemaal overbodig worden? Nee, tuurlijk niet. Ze zullen wel een andere rol krijgen. Dispatching wordt nog belangrijker. Er zullen stewards nodig zijn om passagiers te helpen en te gidsen. Dat is vandaag moeilijker voor onze chauffeurs, zeker op drukke lijnen. Het is een interessante paradox: hoe geavanceerder de technologie, hoe meer ruimte die creëert voor echt menselijk contact.”

Over het muurtje kijken en co-creëren

Schoubs koppelt zelfrijdende bussen aan de evolutie naar vraaggestuurd flexvervoer. “Die evolutie is onvermijdelijk. Iedereen weet dat de ruimtelijk ordening in Vlaanderen onze opdracht extra complex maakt. Nu goed, die ruimtelijke ordening is wat ze is. Het maakt wel dat we goed moeten nadenken hoe we ons openbaar vervoer organiseren. Een buschauffeur die 100 mensen vervoert of een buschauffeur die 3 mensen vervoert, dat scheelt enorm in kostenefficiëntie. Wij werken met publieke middelen, die moeten we zo slim mogelijk inzetten.”

“Wie afgelegen woont, kan geen bushalte voor de deur verwachten. Daar zijn andere oplossingen nodig. In 2024 hebben we op plekken met minder dichte bewoning de omslag gemaakt, van het klassieke vaste aanbod naar flexibel vervoer op vraag. Daar zijn heel wat reacties op gekomen. We merken dat mensen die mental shift nog moeten maken: geen dienstschema meer raadplegen, maar nadenken wanneer ze vervoer nodig hebben en dat reserveren. Met kleine bussen kunnen we mensen die afgelegen wonen naar de grote corridors brengen. Ik zie in die eerste laag in de toekomst een belangrijke rol voor autonoom vervoer.”

“Er is vooral meer samenwerking nodig dan vandaag. Een voorbeeld: de opmars van elektrische fietsen heeft voor een omwenteling gezorgd in de first mile en de last mile. Maar nog niet overal zijn veilige fietsenstallingen. Daar kunnen wij vaak zelf weinig aan doen, we rekenen daar ook op de wegbeheerders: steden en gemeenten of het Agentschap Wegen en Verkeer. Maar het is wel een essentiële schakel in de hele mobiliteitsketting. Al die schakels moeten we beter op elkaar afstemmen.”

“Dankzij een organisatie als The Shift kunnen we over het muurtje kijken, naar andere bedrijven en naar andere sectoren. Voor de autonome bussen werken we samen met een externe partner: zij hebben de technologie, wij de ervaring op het terrein en de schaal om innovatie uit te testen en breed uit te rollen. Co-creatie en partnerships zijn de toekomst van duurzaamheid.”

Wil je net als Ann werk maken van een duurzame economie?

The Shift breekt je muren open en verzamelt de unusual suspects rond je tafel: collega’s uit andere sectoren, toonaangevende bedrijven, experts en beleidsmakers. Samen tackelen we je meest complexe duurzaamheidsuitdagingen. Want samen zie en kun je meer.

Overlay

Energie als strategische opportuniteit voor organisaties in België

“Laten we stoppen met energie als een kostenpost te zien en beginnen het te beschouwen als een bedrijfsopportuniteit.” Energie na The Shift. Interview met Bert Deprest, Commercieel Directeur bij Aspiravi.

Energy after the shift

“De energiesector staat op een kantelpunt”, vertelt Bert Deprest, commercieel directeur van Aspiravi, een 100% Belgische energiespeler die zo’n 40% van alle windturbines in België in handen heeft. “De komende tien jaar worden ongelooflijk spannend. Wat we het meeste nodig hebben om die shift naar duurzame energie te maken, is niet zozeer meer of nieuwe technologie, maar een mindset shift. We moeten stoppen met energie als een kostenpost te zien en beginnen het te beschouwen als een bedrijfsopportuniteit.”

Bert Deprest

Aspiravi startte twintig jaar geleden met één windturbine. Vandaag heeft het bedrijf 413 turbines staan door heel België en op zee. Met 94 steden en gemeenten als aandeelhouder en meer dan 13.000 burgercoöperanten heeft Aspiravi een bijzondere, participatieve en lokaal verankerde structuur. “Hiermee zijn we de grootste energieproducent, 100% in Belgische handen.”, zegt Bert Deprest. “Wij zijn eigenlijk een van de best bewaarde geheimen van België. Niemand kent het merk, maar als je het verhaal gehoord hebt, zie je opeens overal onze turbines staan.”

Vlaanderen heeft in vergelijking met Europa relatief veel windenergie geïnstalleerd per vierkante kilometer. “Mensen denken dat we met die energietransitie al ver staan. Er zijn sinds kort af en toe momenten in de zomer waarop de volledige energievoorziening wordt gedekt door hernieuwbare energie. En dat is natuurlijk mooi. Maar die transitie zal enkel nog versnellen”, zegt Bert Deprest.

“Ik zie dat we vandaag op een kantelpunt staan. Dit is het moment waarop het energielandschap volledig herdacht wordt. Het is een beetje zoals waar Henry Ford stond toen hij overschakelde van de ouderwetse werkplaatsmethode naar de lopende band. Zo’n omslag staat ook in de energiesector te gebeuren. We verschuiven van centrale productie naar een digitale en vooral lokale energie-economie. Dat is het landschap waarin wij de komende jaren met heel veel goesting verder gaan pionieren.”

Hordes

Maar voor die shift is afgerond, zijn er natuurlijk nog behoorlijk wat hordes te nemen. Bert Deprest noemt het vergunninggevend kader een belangrijke. “Het duurt twee tot drie jaar voor een turbine vergund is. Daarnaast kijken we nu naar turbines met wieken tot 80 meter lang. Die zijn vele malen efficiënter dan de oudere wieken van 40 meter. Maar om die vergund te krijgen, dat gaat niet vanzelf.”

The Shift visit Aspiravi

“Daardoor zijn die prijzen te ondoorzichtig en haken leken af. Energie lijkt te ingewikkeld. Terwijl: als je als bedrijf investeert in je eigen productie- en opslagcapaciteit, heb je dat soort pieken niet. Dan heb je een vaste investeringskost die je afschrijft over tien jaar. Dat is duidelijk en voorspelbaar. Je produceert je eigen energie, alleen of in coöperatie, gebruikt die lokaal en slaat op of vermarkt wat overblijft. Daar gaan we naartoe: slimme systemen en slimme gemeenschappen die lokaal produceren en verbruiken.”

Aspiravi richt zich grotendeels op de zakelijke markt. “Bedrijven kunnen volledig door ons worden ontzorgd, zowel qua productie en levering als qua energie-dashboarding. Energie wordt automatisch gebruikt wanneer die het voordeligst is. Vaak hebben industriële spelers ook zonnepanelen, die kunnen we voor hen aansturen. En we zorgen ervoor dat energie wordt opgeslagen als er een overschot is. Vorige week hebben we ons eerste batterijpark afgewerkt. Dat is een belangrijke stap om die hordes te nemen.”

Wat is dan de belangrijkste horde? Bert Deprest is duidelijk: “Dat is de mindset shift. We moeten stoppen met energie als een kostenpost te zien en het beginnen te beschouwen als een bedrijfsopportuniteit. We zitten nog vast in een paradigma uit de industriële revolutie, waarin energie centraal wordt opgewekt en aangekocht. Daar moeten we vanaf. Elke revolutie is een evolutie. Verandering is nooit gemakkelijk, maar we komen er wel.”

Het zal vooral slim zijn

“Volgens mij is dit een once-in-a-lifetime change. Het energiesysteem wordt nu herdacht. De komende tien jaar worden ontzettend uitdagend. We staan nog maar aan het begin. Moore’s law is hier ook van toepassing, hé. Elke twee jaar verdubbelt de efficiëntie van batterijen, panelen en turbines. Dat wordt exponentieel efficiënter. Over tien jaar heb je dus 32 keer zo efficiënte technologie. Daar krijg ik energie van.”

Wanneer Bert Deprest gevraagd wordt wat er voor huishoudens gaat veranderen, begint hij te glunderen. “Het wordt vooral slim. Slimme gemeenschappen, slimme huizen, lokaal produceren en verbruiken. Ik denk aan een wijk met een eigen turbine op afstand, een centraal boilerhuis of een centrale warmtepomp die alle huizen verwarmt, en een centraal laadplein voor auto’s. Het belangrijkste wordt digitaal energiemanagement. Het is niet de bedoeling dat brave huisvaders en -moeders opeens halve energienerds worden die zeggen: ‘Nu moet je de was doen, want het waait harder.’ Dat regelt zichzelf.”

Als je breder kijkt dan huishoudens, zie je ook ontwikkelingen in bouwmaterialen met geïntegreerde zonnecellen, straten en wegen die energie opwekken en floating solar. Dat voelt nu nog wat sciencefictionachtig aan, maar in de praktijk zullen die innovaties heel natuurlijk aanvoelen.

“Kijk, dit is sciencefiction in actie!” Bert Deprest toont een filmpje van een horizontaal draaiend windmolentje van drie meter hoog op een parking. “Dat zag ik gisteren staan op een bedrijventerrein waar ik op bezoek was. Daar laad je je auto mee op. Zo simpel is het. Er wordt natuurlijk ook gesproken over kernfusie. Indrukwekkend, maar dan denk ik: beter één vogel in de hand dan tien in de lucht. Die kernfusiecentrales zijn er bijlange nog niet. Hernieuwbare energie is er wel. Vandaag. En in België.”

“Binnen een organisatie als The Shift zitten de voorlopers. Daar willen we het verhaal van die mindset shift brengen. Ondernemers moeten energie niet langer zien als een kost, maar als een opportuniteit. Een ondernemer heeft een dynamische mindset nodig. Doe dat dan ook met je energiefactuur. Wie dit op lange termijn bekijkt, haalt er winst uit, financieel én ecologisch. Op lange termijn is er geen alternatief voor een duurzame economie. Dus kan je er maar beter vroeg aan beginnen.”

Wil je net als Bert werk maken van een duurzame economie?

The Shift breekt je muren open en verzamelt de unusual suspects rond je tafel: collega’s uit andere sectoren, toonaangevende bedrijven, experts en beleidsmakers. Samen tackelen we je meest complexe duurzaamheidsuitdagingen. Want samen zie en kun je meer.

Overlay

Waarom de toekomst van voeding misschien wel op pizza lijkt

“Het voedsel van de toekomst zal ontzettend lekker moeten zijn, anders is de kans van slagen miniem.” Voeding na The Shift. Interview met Alice Lemesle, Senior Sustainability Manager bij Danone Benelux.

Production site Danone

3D-geprinte voeding, algenyoghurt en eetbare verpakkingen… De voedingssector staat aan de vooravond van grote veranderingen, vaak aangestuurd door de shift naar meer duurzaam. Alice Lemesle staat als Senior Sustainability Manager van Danone Benelux midden in de ontwikkelingen en heeft er zin in: “Het eten van de toekomst moet niet alleen gezond, seizoensgebonden en duurzaam zijn, maar vooral ook ontzettend lekker.”

 

Alice Lemesle Danone Benelux

“De kunst zal erin zitten om de sweet spot te vinden tussen gezondheidswinst, klimaatwinst en sociale aanvaarding”, zegt Lemesle. “Als je dat te pakken hebt, heeft een nieuw product kans van slagen. Je kunt geen klimaat- of biodiversiteitsdoelen halen als mensen het gevoel hebben dat zij de rekening betalen. Zelfde verhaal met smaak… Een nieuw product moet en zal heerlijk zijn. Lekkerder dan het product dat het vervangt. Eten is en blijft iets emotioneels.”

Op de vraag of Danone die sweet spot al gevonden heeft moet Lemesle even nadenken. “Natuurlijk is er Alpro dat binnen ons portfolio een sleutelrol speelt. Het mooie aan Alpro is dat je geen veganist hoeft te zijn om van het merk te houden. Het is er voor iedereen die bewuster wil eten. Maar we proberen die plant-based logica ook door te trekken naar minder zichtbare segmenten, zoals medische voeding en sondevoeding. Daar zie je dat sommige plantaardige of hybride producten niet alleen minder uitstoten, maar ook beter verdragen worden door patiënten. In medische voeding kun je geen enkel compromis sluiten op gezondheid, dus als een duurzamere optie óók medisch beter werkt, is dat echt bijzonder, zeker als ook de patiëntenervaring dezelfde blijft. Dan heb je een win, win, win-situatie. Dat is die sweet spot, waarover ik het had.”

Duurzaamheid speelt zich niet enkel af in R&D-labs

Danone probeert voeding expliciet als gezondheidshefboom te gebruiken. Recent opende in Parijs het One Biome Lab, dat zich richt op de rol van microbiota en darmgezondheid. “In dat lab onderzoeken we hoe we producten kunnen maken die echt iets toevoegen voor de gezondheid, zegt Alice. “Onderzoek en innovatie zijn cruciaal voor de toekomst van voeding. En dat is natuurlijk ook waaraan iedereen denkt. Maar duurzaamheid speelt zich niet enkel af in R&D-labs of kantoren, maar vooral op het land.”

Susatinable 3D food

In België werkt Danone samen met melkveehouders rond regeneratieve landbouw. Er wordt ingezet op betere bodemgezondheid, meer biodiversiteit, beter dierenwelzijn en lagere uitstoot. “Bijvoorbeeld met behulp van een specifiek voederadditief kan de methaanuitstoot van koeien tot veertig procent dalen! Dat is écht een gigantische impact. Ook met precisielandbouw, ondersteund door technologie zoals satellietbeelden en sensoren, hebben we een belangrijke hefboom in handen om het land op lange termijn productief én gezond te houden. Ik zie daar veel potentieel.”

Nieuwe verhalen

“Maar dan zijn we er nog niet”, zegt Alice. “Het gaat ook om het creëren van nieuwe verhalen in de samenleving. Je kunt nog zo hard aan je eigen portfolio werken, als de sociale norm niet mee verandert, bots je op een plafond,” legt ze uit. “Daarom neemt Danone deel aan initiatieven zoals de Green Deal Eiwitshift en zijn we heel actief binnen een netwerk als The Shift. Daar delen bedrijven, organisaties en andere actoren ervaringen, mislukkingen en successen. “We helpen soms kleinere bedrijven met onze kennis, maar even vaak leren wij van hen. Het is een tweerichtingsverkeer. Niemand heeft alle antwoorden.”

Een thema waar al die spanningen tussen veiligheid, milieu en kostprijs samenkomen, is verpakking. “Dat is misschien wel het meest complexe dossier,” geeft ze toe. “Verpakkingen moeten voedsel veilig houden, betaalbaar zijn, logistiek werkbaar blijven, en ondertussen ook nog liefst herbruikbaar zijn. Er wordt gewerkt aan eetbare verpakkingen en dat is super interessant. Maar de eerste stap is voor mij de evidente stap: alles wat op de markt komt moet recycleerbaar zijn, onnodige materialen moeten eruit en waar mogelijk wordt gerecycled materiaal ingezet. En dan volgt de vraag hoe je single use verpakkingen zoveel mogelijk kunt vervangen door herbruikbare systemen of verpakkingen die écht geen afval creëren.”

Ze vertelt over een proefproject met herbruikbare yoghurtpotten in een gesloten kringloop. De potten werden teruggebracht, gewassen en opnieuw gevuld. “Conceptueel klopte het, maar praktisch was de wascapaciteit in de buurt onvoldoende. De potten moesten een paar honderd kilometer verder worden afgewassen, en dat was vanuit milieuoogpunt natuurlijk niet zo interessant. Het leerde ons dat een bedrijf dit niet in zijn eentje kan uitrollen, hoe groot je ook bent. Je hebt lokale infrastructuur nodig, bereidheid van retailers om mee te werken én consumenten die mee willen doen.”

“En het gaat ook niet alleen maar om revolutionaire nieuwe ideeën”, vervolgt Alice. “We hebben niet zo lang geleden de sleeve van de verpakking van Actimel gehaald. Dat gaat om een paar tienden van een gram per verpakking. Maar op de schaal waarop Danone opereert, scheelt dat tonnen plastic per jaar. De impact die je hier kan maken, maakt het zo leuk om hier te werken.”

Lemesle werkt inmiddels zes jaar voor de voedingsreus. “Tijdens mijn master in sustainable development heb ik stage gelopen bij Danone, en eigenlijk ben ik nooit meer weggegaan,” vertelt ze. “Het was alsof alles vanzelf in die richting wees. Eerst bij Danone in Frankrijk, maar door een opdracht voor Alpro ben ik in België terecht gekomen. Mijn familie komt uit de buurt van Lille, dus België was geen terra incognita voor me.”

Algen hebben de toekomst

Maar even terug naar dat voedsel van de toekomst: waar ligt volgens Alice Lemesle het meeste potentieel? “Zoals je wel merkt aan al mijn gebabbel, is zo’n vraag niet zo eenduidig te beantwoorden. Er zijn altijd heel veel factoren die je moet meenemen. Maar als ik echt iets moet noemen, dan denk ik aan algen als eiwitbron. Dat vind ik persoonlijk een heel interessante piste. Algen zijn echt enorm beloftevol. Ook weer omdat ze potentieel die sweet spot kunnen vinden. Ze zijn in aanleg goedkoop te produceren. Goed, de technologie is nu nog wat duur omdat we aan het begin staan, maar dat zal wel veranderen.  Daarnaast zijn algen rijk aan voedingsstoffen, laag in CO₂-uitstoot, en zeker zo belangrijk; een voedingsproduct gemaakt van algen is sociaal gezien vrij makkelijk aanvaard. Weet je, de veelzijdigheid van algen is ongelooflijk. Je kunt er texturen en smaken mee creëren die heel dicht bij klassieke producten liggen. We staan daar nog maar aan het begin.”

Overigens waarschuwt Alice om haar wat betreft het voorspellen van de toekomst in voeding niet té serieus te nemen. “Ik ben geen expert op dat gebied. Ik ben geen futuroloog of productontwikkelaar. Ik ben sustainability manager. Maar als je aan mij vraagt wat het eten van de toekomst is, dan denk ik simpelweg aan pizza.”

“Voedsel moet plezier blijven. Mijn ideale toekomst is er een waarin eten gezond is, seizoensgebonden, zo lokaal als zinvol en met minimale, slimme verpakking. En vooral superlekker! Vandaar die pizza. Ik denk dan aan een bodem van volkorenmeel, eventueel verrijkt met algen of andere eiwitrijke ingrediënten, een rijke tomatensaus van smaakvolle, seizoensgebonden tomaten, groenten als pompoen of paddenstoelen in de herfst, regionale, lage-impact kaas gemaakt met melk uit regeneratieve landbouw en écht lekkere plantaardige ham die rijk is aan eiwitten en laag in CO₂. Dat mis ik als vegetariër het meest, echt lekkere ham. Maar goed, nog een paar olijfjes erop. En dan is ie af! Sorry dat het niet futuristischer is dan dat, hé. Maar eten moet en zal simpelweg ontzettend lekker zijn. Anders is de kans van slagen miniem.”

“Plezier is gewoon een sleutelfactor op weg naar duurzaamheid die we niet uit het oog mogen verliezen. Als het lekkerder is of leuker, én het is duurzamer dan kan het wat worden. Voor hoe bedrijfsleiders met duurzaamheid omgaan, geldt iets dergelijks. Als duurzaamheid enkel gaat over regeltjes en beperkingen dan komt die transitie nooit echt van de grond. Je hebt gewoon wat lef nodig, inspiratie, samenwerking, én een ander kompas. Als succes enkel in winst wordt uitgedrukt, blijven duurzame keuzes altijd “extra”.

“We moeten andere indicatoren van vooruitgang durven hanteren: welzijn in het bedrijf, sociale impact, ecologische veerkracht. En plezier in het onderzoeken naar wat kan! Nieuwsgierigheid naar wat er allemaal mogelijk is! Wanneer we die ingrediënten nu eens bij elkaar gooien en daar een pizza van bakken, dan gaat het helemaal goed komen!

Wil je net als Alice werk maken van een duurzame economie?

The Shift breekt je muren open en verzamelt de unusual suspects rond je tafel: collega’s uit andere sectoren, toonaangevende bedrijven, experts en beleidsmakers. Samen tackelen we je meest complexe duurzaamheidsuitdagingen. Want samen zie en kun je meer.

Overlay