Zelfrijdende bussen een Amerikaans of Chinees verhaal? Ga maar eens in Leuven kijken.
“De echte omslag begint wanneer mensen hun auto laten staan.” Mobiliteit na The Shift. Interview met Ann Schoubs, Directeur-Generaal van De Lijn.

Mobiliteit is goed voor 20 tot 25 procent van onze wereldwijde CO2-uitstoot. Als alpiniste ziet Ann Schoubs van dichtbij welke schade de klimaatverandering aanricht. Als Directeur-Generaal van openbaarvervoermaatschappij De Lijn maakt ze van duurzaamheid dan ook een absolute topprioriteit. “We willen zoveel mogelijk mensen verleiden om de switch te maken: uit hun auto en op de bus, de tram, de fiets, te voet of wie weet ooit zelfs een drone.”
“Ik heb de mobiliteitsmicrobe al lang te pakken. Sinds 2021 ben ik Directeur-Generaal van De Lijn, voordien heb ik lang bij de NMBS gewerkt. Openbaar vervoer en duurzaamheid zijn voor mij altijd nauw verbonden geweest. Openbaar vervoer is bijna per definitie duurzaam vervoer. In een auto zitten hoogstens vier of vijf mensen, en heel vaak zelfs alléén de chauffeur. Een bus vervoert tientallen mensen, een tram nog meer. Dat zijn allemaal passagiers die dus niet met hun auto in de file staan. De uitstoot per persoon ligt een pak lager bij het openbaar vervoer.”
“In mijn vrije tijd doe ik aan alpinisme. In de Alpen is de impact van de klimaatopwarming heel erg zichtbaar. Daar worden abstracte onderzoeken en cijfers pijnlijk concreet. De afgelopen dertig jaar heb ik de ene na de andere gletsjer zien verdwijnen. Boven 4.000 meter smelt de permafrost en worden de bergtoppen minder stabiel. Dat is een drama voor alpinisten, maar het is ook een wake-up call voor de planeet.”
“Een andere hobby is entomologie, de studie van insecten. Ook daar heb ik de impact van de klimaatverandering van dichtbij gemerkt. Je ziet opvallend minder zweefvliegen, die we nodig hebben om planten en bloemen te bestuiven. Biodiversiteit staat minder in de kijker, maar is een topic dat zeker ook de nodige aandacht vraagt.”
“Mij moet je dus absoluut niet overtuigen van het belang van duurzaamheid. Maar de impact van openbaar vervoer reikt nog verder. Of ze nu rijden of geparkeerd staan, auto’s nemen enorm veel plaats in. Minder auto’s betekent niet alleen minder CO2-uitstoot, maar ook meer open ruimte voor groen, voor publieke voorzieningen, voor zwakke weggebruikers. Dan heb ik het nog niet eens gehad over geluidsoverlast. Er zijn tal van argumenten om als samenleving te investeren in duurzaam vervoer.”
Vergroenen en verleiden
“Als je alle benzine- en dieselwagens één op één vervangt door elektrische wagens, zal onze CO2-uitstoot enorm dalen. Ook luchtvervuiling en lawaai dringen we dan terug. Maar die switch verandert natuurlijk niets aan de files of aan het gebrek aan openbare ruimte: een elektrische wagen neemt nog altijd evenveel plaats in. Bovendien hebben elektrische wagens ook heel wat grondstoffen nodig, die eindig zijn en die we moeilijk op een propere manier kunnen bovenhalen. Ja, we hebben elektrische auto’s nodig. Maar we hebben tegelijk ook mínder verplaatsingen met auto’s nodig.”
“Bij De Lijn werken we op die twee sporen. We zijn onze vloot volop aan het vergroenen, met meer en meer elektrische bussen. Die stoten niets meer uit. Daarnaast zijn die bussen ook comfortabeler, ze rijden stiller en ze zien er moderner uit. Dat helpt om mensen te verleiden om het openbaar vervoer te gebruiken.
“De grootste duurzaamheidswinst zit hem niet in een groenere vloot, wel in een groter aandeel van de verplaatsingen met het openbaar vervoer. Minder auto’s op de weg, meer mensen die voor de bus, de tram of de trein kiezen. Parallel met duurzaamheid moeten we dus ook werken aan doorstroming en comfort. Vlaanderen heeft de ambitie om een modal shift te maken naar 50% duurzaam vervoer. We halen die ambitie nooit zonder een goed uitgebouwd netwerk voor duurzame vervoersmodi.
Met de drone naar het werk?
In Parijs kunnen pendelaars sinds kort met de kabelbaan naar het werk. Een ideetje voor De Lijn? “Als alpinist ben ik niet zo’n fan van kabelbanen, die brengen de drukte naar de bergen”, lacht Schoubs. “Maar op de grond, waarom niet?”
“Ik heb geen glazen bol, ik kan moeilijk voorspellen hoe we ons in pakweg 2050 zullen verplaatsen. Ik weet wel dat gedeeld, openbaar vervoer ook in 2050 of 2100 nog altijd een hoofdrol zal spelen. Er zal altijd nood zijn aan toegankelijke en betaalbare mobiliteit, voor een grote groep mensen. Dat zullen misschien nog altijd bussen, trams en treinen zijn. Wie weet zijn het tegen dan ook drones of kleine elektrische vliegtuigjes? Al moeten we dan wel opletten dat we onze files dan niet gewoon van de weg naar de lucht verplaatsen.”
Technologie evolueert snel. Zelfrijdende bussen zijn geen verre toekomstmuziek die je alleen nog maar in de VS of in China hoort, benadrukt Schoubs. “In Leuven loopt al een pilootproject met twee bussen. Die leren volop rijden in een complexe omgeving. Een universiteitsaula die leegloopt, dat wil zeggen dat er honderden voetgangers en fietsers tegelijk de straat op komen. De algoritmes om daarmee om te gaan, verbeteren continu. De doorbraak van autonoom vervoer komt er, daar ben ik van overtuigd. Misschien al binnen vijf jaar, misschien binnen tien jaar.”
“Wil dat zeggen dat onze chauffeurs allemaal overbodig worden? Nee, tuurlijk niet. Ze zullen wel een andere rol krijgen. Dispatching wordt nog belangrijker. Er zullen stewards nodig zijn om passagiers te helpen en te gidsen. Dat is vandaag moeilijker voor onze chauffeurs, zeker op drukke lijnen. Het is een interessante paradox: hoe geavanceerder de technologie, hoe meer ruimte die creëert voor echt menselijk contact.”
Over het muurtje kijken en co-creëren
Schoubs koppelt zelfrijdende bussen aan de evolutie naar vraaggestuurd flexvervoer. “Die evolutie is onvermijdelijk. Iedereen weet dat de ruimtelijk ordening in Vlaanderen onze opdracht extra complex maakt. Nu goed, die ruimtelijke ordening is wat ze is. Het maakt wel dat we goed moeten nadenken hoe we ons openbaar vervoer organiseren. Een buschauffeur die 100 mensen vervoert of een buschauffeur die 3 mensen vervoert, dat scheelt enorm in kostenefficiëntie. Wij werken met publieke middelen, die moeten we zo slim mogelijk inzetten.”
“Wie afgelegen woont, kan geen bushalte voor de deur verwachten. Daar zijn andere oplossingen nodig. In 2024 hebben we op plekken met minder dichte bewoning de omslag gemaakt, van het klassieke vaste aanbod naar flexibel vervoer op vraag. Daar zijn heel wat reacties op gekomen. We merken dat mensen die mental shift nog moeten maken: geen dienstschema meer raadplegen, maar nadenken wanneer ze vervoer nodig hebben en dat reserveren. Met kleine bussen kunnen we mensen die afgelegen wonen naar de grote corridors brengen. Ik zie in die eerste laag in de toekomst een belangrijke rol voor autonoom vervoer.”
“Er is vooral meer samenwerking nodig dan vandaag. Een voorbeeld: de opmars van elektrische fietsen heeft voor een omwenteling gezorgd in de first mile en de last mile. Maar nog niet overal zijn veilige fietsenstallingen. Daar kunnen wij vaak zelf weinig aan doen, we rekenen daar ook op de wegbeheerders: steden en gemeenten of het Agentschap Wegen en Verkeer. Maar het is wel een essentiële schakel in de hele mobiliteitsketting. Al die schakels moeten we beter op elkaar afstemmen.”
“Dankzij een organisatie als The Shift kunnen we over het muurtje kijken, naar andere bedrijven en naar andere sectoren. Voor de autonome bussen werken we samen met een externe partner: zij hebben de technologie, wij de ervaring op het terrein en de schaal om innovatie uit te testen en breed uit te rollen. Co-creatie en partnerships zijn de toekomst van duurzaamheid.”
Wil je net als Ann werk maken van een duurzame economie?
The Shift breekt je muren open en verzamelt de unusual suspects rond je tafel: collega’s uit andere sectoren, toonaangevende bedrijven, experts en beleidsmakers. Samen tackelen we je meest complexe duurzaamheidsuitdagingen. Want samen zie en kun je meer.








